Prehistorisch grafveld onderzocht

10 december 2020
een urn steekt uit afgegraven grond

Opgravingsbedrijf ARCHOL uit Leiden heeft in oktober en november een grafveld onderzocht in Tilburg en Berkel-Enschot. Het goed bewaard gebleven urnenveld aan de Udenhoutseweg stamt uit de late bronstijd en vroege-/ midden ijzertijd (1100-500 v.Chr.). 

De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de geplande bouw van een nieuwe woonwijk in Berkel-Enschot. Het opgravingsbedrijf onderzocht het grafveld in opdracht van Triborgh Gebiedsontwikkeling. 

Het grafveld bestond uit crematiegraven. Dat is gebruikelijk voor de grafvelden uit deze periode, die ook urnenvelden worden genoemd. De crematieresten werden soms bijgezet in een urn van aardewerk, maar meestal in een container van textiel of leer. Het organische materiaal verdween naar verloop van tijd in de bodem. De crematieresten die erin zaten werden nog wel als een compact ‘beenderblok’ teruggevonden. De containers werden in een eenvoudige kuil bijgezet, soms binnen een klein grafmonument. Dat laatste kon een kleine grafheuvel zijn binnen een gegraven kringgreppel. Een ander type grafmonument was een zogenoemd ‘langbed’, dat het best omschreven kan worden als een langgerekt heuveltje, dat ook werd gemarkeerd door greppels. 

Het prehistorische grafveld langs de Udenhoutseweg is goed bewaard gebleven. In totaal zijn meer dan 225 crematiegraven aangetroffen. Er zijn 40 grafmonumenten onderzocht, waarvan 30 kringgreppels en 10 langbedden. Daarmee is het urnenveld een van de grotere urnenvelden van Noord-Brabant. In de bijzettingen zijn meer dan 100 stuks grafkeramiek gevonden waaronder 31 min of meer intacte urnen. Het overige grafkeramiek bestaat uit bijgiften in de crematiegraven. 

Boerderij

De oorsprong van het grafveld klimt op tot in de midden-bronstijd (1800-1100 v.Chr.) met twee grote grafheuvels die bij een boerenerf lagen. De sporen van de boerderij die enkele keren werd herbouwd, zijn vooralsnog de oudste sporen die tijdens de opgraving zijn aangetroffen. Verder onderzoek moet nog meer zekerheid verschaffen over de dateringen van deze sporen. De voorlopige interpretatie is nu, dat de bewoners van het boerenerf zijn begraven in de grote grafheuvels. Dergelijke begravingen op of bij het erf worden soms uitgelegd als een claim van de familie op het omringende landschap. De latere gemeenschap van het urnenveld legde een begraafplaats aan bij de oude grafheuvels, mogelijk die van hun voorouders. Op deze manier kan zij de claim op het landschap hebben overgenomen en gecontinueerd.

Nadat de gemeenschap in de vroege- of midden ijzertijd het urnenveld had opgegeven, verscheen pas in de Romeinse tijd weer bewoning in het onderzoeksgebied. Grondsporen van een boerderij en een opslagschuurtje (een spieker) uit deze periode zijn aangetroffen op enige afstand van het grafveld. Het is een getuige van het eeuwenlange gebruik van het landschap en de bijzondere gelaagdheid in tijd van het gebied.

Het onderzochte deel van het urnenveld bedraagt 1,5 ha. maar de werkelijke omvang ervan is nog niet bekend. Om de betekenis van het opgegraven deel van het grafveld beter te begrijpen, wordt binnenkort ten westen van de Udenhoutseweg opnieuw naar sporen van het grafveld (en andere mogelijke archeologische sporen) gezocht. Dat gebeurt met behulp van grondradar en soortgelijke technieken waarbij niet hoeft te worden gegraven. Dit onderzoek wordt uitgevoerd met het oog op wat in de toekomst met de overgebleven resten van het prehistorische grafveld kan en moet gebeuren.