Dag tegen racisme en discriminatie

19 maart 2021
tekening van opgestoken handen in verschillende kleuren

Racisme en discriminatie zijn vandaag de dag nog altijd actuele en belangrijke thema’s, ook voor Tilburg. Daarom staan we daar extra bij stil op zondag 21 maart; de Internationale dag tegen racisme en discriminatie. 

In Tilburg leven ruim 220 duizend inwoners samen. Tilburgers met een bi-culturele achtergrond veroveren een betere positie in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Vrouwen eisen hun rechtmatige plek op. En meer mensen kijken positief naar gender- en seksuele diversiteit. Ondanks deze ontwikkelingen komen racisme en discriminatie nog steeds voor in de samenleving. De gemeente wil samen met inwoners en organisaties racisme en discriminatie aanpakken. Zodat we een stad worden waar iedereen zichzelf mag zijn. Waar iedereen volwaardig kan meedoen aan de samenleving. En waar iedereen zich veilig kan bewegen. In Tilburg zijn dit voorjaar stadsgesprekken gehouden over dit thema. Het doel was om samen met de stad te werken naar een samenleving waarin we elkaar respecteren en onszelf kunnen zijn.  

“We zijn wie we zijn en we respecteren dat van elkaar. Ongeacht huidskleur, geslacht, seksuele geaardheid, gender identiteit, leeftijd of beperking. Dat betekent dat iedereen op een gelijkwaardige manier onderdeel van de samenleving is. Het is belangrijk om van elkaar te weten wat daarvoor nodig is zodat we de stap naar elkaar toe maken.”, aldus wethouder Rolph Dols. 

Stadsgesprekken

Om tot een goede aanpak te komen, heeft de gemeente begin dit jaar stadsgesprekken georganiseerd. Vanwege de corona-maatregelen is gekozen voor online bijeenkomsten. Deelnemers zijn hiervoor uitgenodigd via de belangenorganisaties. Uit deze gesprekken kwam naar voren dat het uiten van emotie belangrijk is om tot echte veranderingen te komen: “De gemeente kan bepaalde maatregelen nemen die voor meer gelijkheid moet zorgen. En dat is ook heel belangrijk om aan te kaarten. En dat het dus niet alleen gaat om hoe wij ons voelen, maar ook over wat er moet gebeuren om te veranderen.” Ook werd aangekaart dat racisme en discriminatie vaak niet worden erkend. Dat leidt tot frustratie en maakt de dialoog lastig: “Wanneer krijgen zij een spiegel voor zich? En dan vooral witte mensen. Nergens. Niet op school, niet op werk. En dan heb je de regel: behandel iedereen hetzelfde. Maar als jouw beeld van mensen alleen maar dat van witte mensen is, dan ga je anders handelen als je een donker persoon ziet.” 

Vertegenwoordiging in alle segmenten van de samenleving en organisaties is volgens de deelnemers belangrijk: “[…]zo lang je niets doet aan wie de directeur is, wie de voorzitter is, wie er het beleid bepaalt….. Als dat niet verandert, verandert er niets. Dan heb je nog steeds niet de hele oplossing.” Ook is dit van belang voor het gevoel van veiligheid: “Als de vraag is, hoe zou je je veilig voelen, dan is dat als er meer mensen die op mij lijken op posities staan waar ik niet sta.”

De gemeente voelt een verantwoordelijkheid om aan deze veranderingen bij te dragen. De komende maanden wordt gekeken welke concrete stappen we moeten zetten om tot een meer inclusieve samenleving te komen en gelijke behandeling.

Internationale aandacht

De Verenigde Naties riep de Internationale dag tegen Racisme en Discriminatie uit na het bloedbad in Sharpeville in Zuid-Afrika op 21 maart 1960. Daarbij opende de politie het vuur op demonstranten tegen de apartheid. Daarbij vielen tientallen doden en nog veel meer gewonden.