Toelichting aanvultermijn Tozo

U heeft een aanvraag ingediend voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) en moet nu een aanvultermijn indienen? Lees onderstaande toelichting goed door, voordat u begint met het invullen van het aanvraagformulier aanvultermijn Tozo.

Inleiding

U heeft een aanvraag ingediend voor de TOZO-regeling, op basis van de concept regeling. Op 17 april 2020 is de TOZO-regeling door het ministerie definitief vastgesteld. Volgens deze definitieve regeling hebben wij wat extra informatie van u nodig. Met dit formulier vragen wij om aanvullende verklaringen te doen en de nodige bewijsstukken aan te leveren, zodat wij uw aanvraag op de definitieve regeling kunnen beoordelen.

Indien u dit formulier niet invult kunnen wij het recht op TOZO niet vaststellen en kan uw aanvraag worden afgewezen.

U heeft reeds verklaard in de aanvraag dat u voldoet aan een aantal voorwaarden:

  • U heeft aangegeven dat u in Nederland woonachtig bent en het bedrijf in Nederland is gevestigd en/of de hoofdzakelijke werkzaamheden in Nederland plaatsvinden.
  • U heeft aangegeven dat u voldoet aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek (minimaal 1.225 uur per jaar ofwel 24 uur per week werkzaam als zelfstandige).
  • U heeft aangegeven dat u voor 17 maart 2020 bedrijfsmatig actief was en voor 17 maart 2020 als zelfstandige bent ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
  • U heeft aangegeven dat uw inkomen vanaf  maart 2020 onder het sociaal minimum komt (€ 1.500 netto gehuwden en € 1.050 netto alleenstaande).
  • U heeft aangegeven dat u geen bijstandsuitkering ontvangt.
  • Bij de aanvraag uitkering voor levensonderhoud heeft u verklaard dat uw inkomen (naar verwachting) de komende drie maanden minder zal bedragen dan het toepasselijke sociaal minimum als gevolg van de coronamaatregelen. En dat u weet dat de uitkering meetelt voor het verzamelinkomen voor de inkomensafhankelijke toeslagen. En dat u weet dat bij eventuele fraude, de uitkering wordt teruggevorderd en u een boete kunt krijgen. En dat u weet dat de gemeente hierop achteraf kan controleren.
  • Bij de aanvraag van een bedrijfskrediet heeft u verklaard dat u weet dat een krediet maximaal € 10.157 bedraagt met een rente van 2%. Dat u weet dat de maximale looptijd van de lening drie jaar is. Dat u weet dat tot 1 januari 2021 er nog niet hoeft te worden afgelost. Dat u weet dat er sprake moet zijn van liquiditeitsproblemen door de coronamaatregelen en dat u dit kunt aantonen. Dat uw (eventuele) partner op de hoogte is van deze aanvraag en daarmee mede verantwoordelijk is voor de terugbetaling van deze lening. De volledig openstaande lening inclusief rente moet direct terugbetaald worden in de volgende situaties:
    • als kredietnemer zich niet houdt aan de betalingsverplichtingen die bij deze lening horen;
    • als kredietnemer zich niet houdt aan de overige afspraken zoals deze zijn vastgelegd in deze overeenkomst van geldlening;
    • bij overlijden van kredietnemer;
    • bij bedrijfsbeëindiging of faillissement van kredietnemer;
    • indien de kredietnemer onder curatele wordt gesteld;
    • indien beslag wordt gelegd op roerende en/of onroerende goederen van kredietnemer;
    • bij wijziging van de juridische bedrijfsvorm;
    • indien het bedrijf door externe factoren geheel of gedeeltelijk verloren gaat;
    • wanneer kredietnemer in het buitenland gaat wonen.

Wat moet u doen?

  1. U vult de vragen naar waarheid in en u verklaart te voldoen aan de overige voorwaarden.
  2. U vult uw huidige inkomen in en u geeft een schatting van uw inkomen in de maanden waarvoor u de aanvraag doet (zie ook "inkomsten" voor een uitgebreide uitleg).
  3. U levert kopieën/scans van alle bewijsstukken in (uploaden). Zorg ervoor dat de bewijsstukken compleet zijn. De gemeente bewaart uw gegevens en bewijsstukken in een dossier.
  4. U ondertekent dit formulier met uw DigiD. Als u een partner heeft, dient u de aanvultermijn  in samen met uw partner en is deze op de hoogte van uw aanvraag.
  5. U geeft relevante wijzigingen in uw situatie in de periode van aanvullende inkomensondersteuning direct door! U gaat bijvoorbeeld meer of minder verdienen dan u nu opgeeft, u gaat verhuizen of uw gezinssamenstelling wijzigt.

Wanneer krijgt u de ondersteuning?

Als u dit formulier volledig heeft ingevuld, geeft dit nog géén recht op ondersteuning. De gemeente zal uw gegevens bekijken en een besluit nemen op uw aanvraag. Als het nodig is kan aan u extra informatie worden gevraagd. De gemeente zal proberen om u uiterlijk binnen 4 weken te laten weten waar u aan toe bent.

Worden uw gegevens gecontroleerd?

Ja, de gemeente kan zowel bij de aanvraag, als ook achteraf uw gegevens controleren. De gemeente mag bij andere instanties en personen informatie over u opvragen die relevant zijn voor de regeling. Zo kan de gemeente controleren of u de juiste uitkering heeft ontvangen. Blijkt bij controle dat u te veel heeft ontvangen? Dan moet u het teveel ontvangen bedrag terugbetalen. Heeft u te weinig ontvangen? Dan betaalt de gemeente nog een bedrag na. Wanneer u met opzet onjuiste gegevens heeft verstrekt, moet de gemeente u een boete opleggen en wordt de bijstand teruggevorderd.

Telt deze regeling mee als inkomen?

Ja, de uitkering telt mee als inkomen over het jaar 2020. De uitkering behoort tot het verzamelinkomen en telt mee voor het toetsingsinkomen op grond waarvan de draagkracht in de Awir wordt bepaald voor de mogelijke aanspraak op een inkomensafhankelijke toeslag. U moet dit inkomen dus opgeven bij de belastingaangifte over het jaar 2020. Mogelijk betaalt u hierdoor een hoger bedrag aan belasting dan wanneer u geen gebruikmaakt van deze regeling. Heeft u een partner en kent de gemeente u een aanvullende uitkering toe? Dan ontvangt u beiden een deel van deze uitkering. U moet de uitkering dan ook beiden opgeven bij de belastingaangifte. Mogelijk betaalt u of uw partner hierdoor een hoger bedrag aan belasting dan wanneer u geen gebruik maakt van deze regeling.

Minimisverordening

Als u een bedrijfskrediet aanvraagt moet u in het formulier verklaren of u eventueel in de jaren 2018, 2019 en 2020 minimissteun (staatssteun) heeft ontvangen. Hieronder lichten wij dat toe:

Op grond van de algemene de-minimisverordening kunnen overheden ondernemingen over een periode van drie belastingjaren tot € 200.000,- steunen met de minimissteun. In deze verklaring geeft u aan hoeveel de-minimissteun u heeft ontvangen in dit belastingjaar en in de afgelopen twee belastingjaren. De algemene de-minimisverordening is in principe van toepassing op steun aan ondernemingen in alle sectoren. Een aantal sectoren is echter uitgesloten en worden apart geregeld met eigen Europese regels voor de minimisssteun. Dat zijn:

  • de visserij- en aquacultuursector (eigen drempel van € 30.000,-);
  • de primaire productie van landbouwproducten (eigen drempel van € 20.000,-);
  • de afzet van landbouwproducten in de volgende gevallen:
    • wanneer het steunbedrag wordt vastgesteld op basis van de prijs of de
    • hoeveelheid van dergelijke van primaire producenten afgenomen producten;
    • wanneer de steun afhankelijk wordt gesteld van de voorwaarde dat deze steun geheel of ten dele aan primaire producenten wordt doorgegeven;
    • steun voor werkzaamheden die verband houden met de uitvoer naar derde landen of lidstaten;
    • steun die afhangt van het gebruik van binnenlandse in plaats van ingevoerde goederen;

Aan een onderneming die voor rekening van derden goederenvervoer over de weg verricht, kan maximaal € 100.000,- over een periode van drie belastingjaren worden verleend.

Een landbouwbedrijf kan tot € 20.000,- aan de minimissteun in een periode van drie belastingjaren krijgen. Een vissersbedrijf kan tot € 30.000,- steun in een periode van drie belastingjaren aan de minimissteun ontvangen van een overheid. De lidstaten mogen geen de-minimissteun verlenen voor de aanschaf of bouw van nieuwe vissersschepen.

Zijn deze plafonds bereikt, welk plafond op uw onderneming van toepassing is, is dus afhankelijk van het feit wat voor onderneming u heeft, dan mag aan de onderneming in het betreffende jaar geen de-minimissteun meer worden verleend.

Verder is van belang dat dit plafond geldt per onderneming en niet per vestiging van de onderneming. In de Europese regels staat wanneer sprake is van één onderneming. Het kan namelijk voorkomen dat twee (of meer) ondernemingen een bepaalde band met elkaar onderhouden en dan onder deze verordeningen als één onderneming worden gezien.

Lidstaten moeten alle relevante gegevens vastleggen om aan te tonen dat aan deze voorwaarden wordt voldaan.

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat ook de verruimde borgstellingsregeling voor het midden- en kleinbedrijf gebruik maakt van de algemene de-minimisverordening, evenals de beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 ( ‘de € 4000,- regeling’ ). Er kunnen ook nog andere Coronamaatregelen voor ondernemingen zijn of worden gemaakt die gebruik maken van de EU de minimisregels.

Netto inkomsten

Als u een uitkering aanvraagt vragen wij u in het formulier in te vullen hoeveel netto inkomen u verwacht in de maanden waarvoor u de inkomensaanvulling aanvraagt (per maand berekend). Het gaat om een schatting van uw netto inkomen, bestaande uit inkomsten uit de onderneming, loon, uitkering en overige inkomsten.

Uw totale inkomen bestaat uit:

  • Netto inkomsten uit onderneming:
    Om uw netto inkomsten uit onderneming te berekenen, berekent u eerst uw winst (dus alle omzet/baten uit bedrijf verminderd met de zakelijke lasten (rekening houdend met gebruikelijke afschrijvingen volgens goed koopmansgebruik. Aflossingen op leningen zijn geen zakelijke lasten)). Omdat u aan het eind van het jaar nog belastingen moet betalen mag u het bedrag van de winst nog verminderen met 18% en met 16,5% als uw bedrijfsvorm een BV is. Dit is een gemiddeld percentage, rekening houdend met belastingtarieven en aftrekposten voor ondernemers. Wij vragen u dit te berekenen voor u begint met invullen van het formulier.
  • Nettoloon:
    Uw nettoloon is uw loon na aftrek van belastingen en premies. In de meeste gevallen is het nettoloon gelijk aan het bedrag dat maandelijks aan u wordt overgemaakt door uw werkgever. U vindt het nettoloon op uw loonstrook.
  • Netto uitkering en overige inkomsten:
    Toeslagen vallen hier niet onder. De onderstaande inkomstenbronnen vallen hier wel onder:
    • WW-uitkering of andere werkeloosheidsuitkering
    • Ziektewetuitkering
    • Arbeidsongeschiktheidsuitkering
    • andere uitkeringen (bijvoorbeeld een uitkering op basis van de algemene nabestaandenwet)
    • overige inkomsten (bijvoorbeeld partneralimentatie, onderhuur, kostgeld en giften)

Deze inkomsten worden netto in mindering gebracht op het voor u geldende netto sociaal minimum, omdat de tijdelijke inkomensvoorziening een aanvulling betreft tot aan het netto sociaal minimum. Wij kunnen ons voorstellen dat u uw inkomsten voor de maanden waarover u de Tozo aanvraagt nog niet goed kunt inschatten. Maak dan een zo goed mogelijke benadering. Indien blijkt dat uw schatting niet correct is, geeft u de werkelijk genoten netto inkomsten achteraf (zodra deze bekend zijn) door aan de gemeente. Deze worden verrekend met de uitbetaling van de maand erna (of u moet dit na de laatste maand van uw uitkering terugbetalen).

U heeft een inlichtingenplicht. Achteraf kan de gemeente uw opgegeven netto inkomen controleren.

Bewijsstukken

Heeft u bij de eerdere aanvraag nog niet alle bewijsstukken toegevoegd? Zorg dan dat u deze bij de hand heeft voor dat u begint met het invullen van de "Aanvulling Tozo". U kunt ze dan direct toevoegen bij de aanvulling.